Beste lezer in spe,
Stel het u voor: een duister portiek in een louche Haagse buurt.
‘De vieze Man’, gekleed in shabby regenjas, de haren glad op de
schedel geplakt, loert gespannen om het hoekje, eerst links, dan
rechts en verkneukelt zich handenwrijvend. Telkens wanneer een
argeloze passant zijn uitvalsbasis nadert schiet hij, de lippen nat
gehouden door een gymnastische tong, te voorschijn, en slaat met een
fluks gebaar zijn rechter jaspand open, waardoor de overrompelde
wandelaar een blik gegund wordt op de met boekjes en bevingerde
plaatjes behangen voering van ’s mans gabardine. “Ehh, boekie kooppe,
boekie kooppe?” raspt zijn
keelstem en zijn tong maakt na-ijlende bewegingen, die boekdelen
spreken. Menig potentieel koper werpt een ongeïnteresseerde blik op de
geboden koopwaar, trekt een wenkbrauw op en vervolgt zijn weg, een
ander vloekt binnensmonds. Een enkele dame spoedt zich ontsteld en
schichtig omziend weg van de plaats des onheils.
  |
Klik op de afbeelding voor een vergroting |
Nu ik moeite doe u mijn ‘boekie’ aan te smeren voel ik mij enigszins
verwant met van Kootens typetje. Niet dat mijn werkje ook maar in de
verste verte met de Haagse pulp is te vergelijken, o nee, ik zou
willen zeggen: “Het is een goed boekje, Roelof! Pak tak!” Nee, ziet u,
het is meer dat ik niet gewoon ben mij met platte koophandel onledig
te houden, het druist als het ware tegen mijn teerbesnaard gemoed in,
als u begrijpt wat ik bedoel. Toch hoop ik dat u net zo gretig zult
toehappen als Roelof, de rappe reu uit het spotje van Postbus 51.
Tenslotte hoeft u er niet zo hoog voor te springen als hij destijds
deed.
verder |